Aziza's verhaal

De Koerdische Aziza uit Syrië heeft haar krullende haar opgestoken met een klip. Haar twee zoontjes leunen tegen haar aan. Ze trekt haar grijze trui recht en houdt een oog op haar andere zoon en dochter die even verderop aan het spelen zijn.

‘Vroeger had ik een simpele droom: ik droomde dat mijn man beter werk kon krijgen en mijn kinderen naar school konden.’ Toen begon de oorlog en veranderde alles. Met de komst van ISIS werd de situatie onhoudbaar en besloten ze om te vluchten.

Met vier kinderen in een plastic tent

Aziza is een van de vele vrouwen die samen met haar kinderen op de vlucht is geweest en in een continue staat van onzekerheid verkeerde. Ze vertelt over de reis.

‘In Turkije hebben we 6 dagen op straat geslapen in een dorp dichtbij de grens. Turkije heeft een diepe loopgraaf langs de grens en in deze 6 dagen probeerden we telkens naar beneden te gaan en weer omhoog te klimmen.’ Toen dit eindelijk lukte bleef Aziza met haar kinderen nog drie maanden in Turkije. Ze kreeg te horen dat ze twee jaar zou moeten wachten tot gezinshereniging, maar twee jaar zonder werk in Turkije zouden ze niet overleven.

‘Dus besloten we ook de reis te maken naar Griekenland. Die was niet moeilijk, daar ben ik heel dankbaar voor.’

Vanuit Athene vertrokken bussen naar allerlei verschillende kampen maar elk kamp zat vol en de bus bleef maar rijden. Zes dagen heeft Aziza met haar kinderen in de bus gezeten toen ze besloot naar Duitsland te gaan lopen. De grenzen waren toen nog open maar eenmaal aangekomen bij de grens, was deze gesloten. Alleen de mensen die geld hadden konden de politie omkopen, maar dat hadden ze niet.

‘We reisden terug naar Athene en ik heb daar een maand gewoond met mijn kinderen in een plastic tent. Elke paar dagen kwam er een man naar onze tent die er een vuilniszak over leegde of lege drankflessen naast ons kapot sloeg, om ons bang te maken. Hij zei dat we moesten vertrekken. Maar we konden niet weg, er was nergens om naartoe te gaan. Ik deed de tent maar dicht en huilde met mijn kinderen.’

Nu hebben Aziza en haar kinderen een kleine kamer in een caravan in Skaramangas en zijn ze bezig met relocation. Al negen maanden wachten ze. Haar man heeft een verblijfsvergunning in Duitsland en is onlangs op bezoek geweest in Skaramangas.

‘Ik vind dit systeem zo oneerlijk, ik wil me zo snel mogelijk bij mijn man voegen.’ Ze strijkt haar jongste door het haar en drukt hem even tegen zich aan.

‘Mijn droom is nu om een veilige plek te vinden waar mijn kinderen naar school kunnen gaan. Ze zijn vier jaar geleden voor het laatst naar school gegaan en kunnen niet lezen of schrijven. Ik durf mijn kinderen niet het kamp uit te sturen, ik ben bang dat hen iets overkomt.’