Fahima's verhaal

Fahima zit in haar kamer op bed, ze staart voor zich uit, denkt aan haar kinderen en kleinkinderen. Soms verlaat ze de kamer om te eten, naar de wc te gaan of een douche te nemen. Nooit komt ze buiten het kamp in Skaramangas. Fahima praat zacht, zuchtend bijna, het kost haar zichtbaar energie. “Hier ben ik twee keer naar het rode kruis gegaan en was ik op sterven na dood. Zij zeiden tegen mij dat ik niet langer had moeten wachten: ‘had je nog een uur langer gewacht had, dan was je overleden.’.”

Fahima is 60 jaar en komt uit Al Amouda, een klein dorpje in Syrië vlak aan de grens met Turkije. Ze is de grens overgestoken en naar Izmir gereisd, dat bijna 1500 kilometer van haar thuis verwijderd ligt. Tot vier keer toe probeerde Fahima de oversteek naar Griekenland te maken. Zeven maanden lang stond elke dag voor Fahima in het teken van een poging tot het maken van de reis. Uiteindelijk lukte het haar een smokkelaar te vinden die haar en nog zeventig anderen naar Griekenland zou brengen. Ze stapte aan boord en perste zichzelf tussen  zeventig mensen die ze nog niet eerder had gezien maar die allemaal hetzelfde verlangden. Fahima hief haar ogen op naar de donkere hemel en bad twee uur lang tot Allah. De anderen in de boot volgden haar voorbeeld en prevelden gebeden om veilig aan te komen.

“Ik kwam aan op Chios, waar ik drie dagen heb moeten blijven. We reisden door naar Piraeus, de haven van Athene. Daar heb ik twee maanden gewoond. Het was heel moeilijk daar, maar het is oké. Daarna gingen wij naar Skaramangas. In totaal ben ik nu een jaar en een maand in Griekenland.” Onlangs is er een organisatie naar Sakamangas gekomen die over relocation gaat. Fahima heeft gevraagd of het mogelijk was om naar Duitsland te gaan, daar zijn al haar kinderen, kleinkinderen en familie van haar man. Maar ze heeft nog steeds geen idee waar ze naartoe wordt gestuurd.  “Ik vraag me af wie dit systeem bedacht heeft, maar het is dan slechter dan slecht. De persoon die dit gemaakt heeft is ook slecht. Waarom moet ik een jaar en een maand wachten om mijn kinderen te zien? Ik ben ziek. Ik ben moe. Ik ben kapot.” In haar vermoeide gezicht staan ogen die even opvlammen van woede. De onrechtvaardigheid van het systeem zorgt ervoor dat Fahima’s enige droom steeds maar uitgesteld wordt er steeds onbereikbaarder lijkt te worden. “De oorlog maakt alles kapot,” zegt ze verdrietig. “Ik maak me altijd zorgen over mijn kinderen en mijn familie.”