Muhanned’s verhaal

“Zie je dit?” Muhanned haalt een document uit de map papieren die hij bij zich draagt. “Mijn papieren van de universiteit. Toen ik de oversteek maakte, had ik dit in een plastic zakje bij me – ik heb het in mijn mond gehouden toen ik uiteindelijk naar de kust moest zwemmen.” In Syrie werkte hij voor Shell, met een opleiding in Petrochemical Engineering, wat hem heeft gered toen hij het land ontvluchtte. “Als burger mag je niet zomaar Syrië verlaten, maar dankzij mijn werk kon ik naar Libanon vluchten.” Het was het begin van een lange tocht door vele landen, zonder contact met zijn familie of duidelijk uitzicht op de toekomst.

Ontsnapt via het water naar Europa

In Turkije vond Muhanned mensenmokkelaars die hem naar Europa brachten. Het kostte hem 2000 euro om in een bestelbus naar de kust te worden gebracht, samen met vele andere vluchtelingen, waar ze vervolgens met 65 man in een opblaasboot werden gezet. “In vijf minuten werd uitgelegd hoe we de boot moesten besturen. Toen gingen we het water in – mannen, families, kinderen. De boot zat veel en veel te vol”, vertelt hij. “Het was avond, hartstikke donker en de golven waren hoog – maar de smokkelaars achtervolgden ons een stuk over het water, met mitrailleurs, en zeiden ‘Als jullie niet doorgaan, dan schieten we jullie en de boot kapot’. Dus we gingen verder. We waren allemaal doodsbang.”

Uiteindelijk verdwaalden ze op het water, zonder enige richting of licht om te zien waar ze heen moesten op de wilde golven. Kinderen vielen overboord, ouders doken erachter aan en verdronken ook, of raakten familieleden kwijt. Een van de vrouwen verloor haar vier kinderen en haar man, waarop ze zelfmoord probeerde te plegen. “Het was verschrikkelijk”, zegt Muhanned, zijn woorden snel maar kalm, herinneringen gevuld met te veel details van mensen die de oversteek niet overleefden. “Uiteindelijk kwamen we aan op Grieks grondgebied en heb ik het laatste gedeelte moeten zwemmen. We hoorden het geschreeuw en gehuil van mensen die het niet haalden. We probeerden te helpen, maar je kon ze niet redden. Je kon alleen proberen om zelf niet te verdrinken.”

Toen ze werden benaderd door Griekse politie, dachten ze dat ze veilig waren – maar de reis was van verre over. “Na zeven dagen konden we doorreizen naar Athene, toen naar Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië, een hele lange reis naar Oostenrijk, toen door naar Duitsland…” Hij telt de landen op zijn vingers, beschrijft de overvolle bussen, vrachtwagens en oneindig lange looproutes. “Vaak werden er mensen voor onze ogen meegesleurd. Je bent volkomen machteloos als de maffia ineens vrouwen of kinderen kidnapt. Het duurde drie weken om München te bereiken, maar daar liep alles volledig uit de hand.”

Duits verzet tegen vluchtelingen

De vluchtelingen werden opgewacht door Duitse militairen die hun met grof geweld dwongen om hun vingerafdrukken af te geven. “Ik probeerde mijn vingers te verbranden zodat ze het niet konden doen, maar ze pakten me met vier man vast”, herinnert Muhanned zich, zijn gezicht vertrokken wanneer hij vertelt hoe ze werden behandeld. “Het was nieuwsjaardag en de vrouwen die onze gegevens invoerden waren gewoon nog dronken van de avond daarvoor. We mochten geen Engels praten, alles moest via een Duitse vertaler en uiteindelijk belandde ik in de geschoolde, Engelse groep. We kregen te horen dat er geen opvang of hulp was, dus toen ben ik ontsnapt en heb ik met mijn laatste geld een bus naar Dortmund genomen.”

Gedurende de reis hielp hij telkens zijn mede-vluchtelingen door te vertalen. “Ik spreek vier Arabische dialecten en Engels, daardoor kon ik mensen helpen en heb ik wat geld verdiend. Of ik mocht in ruil voor vertaalhulp een telefoon lenen zodat ik een audioberichtje via Whatsapp kon sturen naar mijn familie”, vertelt hij. “In Dortmund probeerde ik de bus naar Nederland te nemen, maar ze weigerden tickets te verkopen aan mensen die geen Duits spraken. Wat ik ook probeerde. Uiteindelijk heb ik een Nederlandse vriend kunnen bereiken die mij per auto heeft opgehaald en hierheen gebracht.”

Op Nederlandse grond

“In Ter Apel namen ze mijn vingerafdrukken af en zagen ze dat ik in het Duitse systeem stond.” Een zucht ontsnapt van Muhanned terwijl hij achterover leunt, zijn handen expressief terwijl hij vertelt. “Ze zeiden dat ik terug moest naar Duitsland. Ik vertelde ze dat ik dat niet zou overleven. I will die. Ik heb gezien hoe mensen daar werden mishandeld en aan de kant gezet. En ik had mezelf goed voorbereid en de Nederlandse wet bestudeerd. Er is geen wet die zegt dat ze me kunnen terugsturen. De man die mij ten woord stond, probeerde me toch te dwingen. ‘Als je niet vrijwillig gaat, dan moeten we je dwingen’.” Muhanned schudt zijn hoofd, steekt dan zijn hand uit. “Ik zei ‘Hello, human being. We don’t have three hands, we don’t have two heads. We’re human. I just want to live’. Het interesseerde hem niets. ‘We boeken je een ticket’. Dus ik vroeg hem: laat me zien waar het in de wet staat dat ik weg moet. Geen reactie. Uiteindelijk kreeg ik een advocaat en hebben we een telefoongesprek gevoerd.”

Hij telt weer op zijn vingers. “Mijn advocaat zei drie dingen: ‘Ze kunnen je niet dwingen om iets te ondertekenen, ook al proberen ze het wel. Er is geen wet die zegt dat je terug moet naar Duitsland.‘ En toen, tegen de man tegenover mij: ‘Hoe haal je het in je hoofd om hem tot iets proberen te dwingen zonder überhaupt zijn advocaat te spreken?’. Uiteindelijk, op het einde van het gesprek, zei die man tegen mij: ‘Ik heb deze maand al 175 vluchtelingen kunnen wegsturen. Behalve jou dan’. Hij was er hartstikke trots op dat hij die mensen onterecht had weggestuurd. Waarom dan?” 

Wachten zonder uitzicht op de toekomst

Muhanned heeft uiteindelijk in twaalf AZCs door heel Nederland gezeten, van Gulpen tot Deventer. “Ik moest vaak ineens mijn spullen pakken en dan werd ik weer ergens anders naar toe gestuurd. Er was geen duidelijkheid over wat er zou gebeuren. Op gegeven moment, na 7 maanden, vertelde iemand mij zelfs dat mijn procedure was gestopt. Ik was moedeloos, maar ik zou niet opgeven – desnoods begon ik weer helemaal overnieuw. Achttien maanden in dubio zitten vanwege de Dublin regels is wel lang. Heel, heel lang. Ik probeerde andere vluchtelingen te helpen, ik vertaalde wanneer ik kon. En ik bleef hoop houden. Je moet wel in een god geloven om hier doorheen te komen.”

Uiteindelijk werd hij op een vroege maandagochtend uit zijn bed gelicht. “Ze zeiden alleen: ‘Meekomen’. Ik was nog in mijn pyjama – iedereen lag te slapen – maar volgde de bewakers naar een kamertje. Daar zag ik mijn casemanager aan tafel zitten, en zij vertelde me ‘Gefeliciteerd, de Dublin claim is voorbij. Je mag blijven’. Ik kon het bijna niet geloven”.

Nu, twee jaar nadat hij uit Syrië is gevlucht, heeft hij eindelijk zijn papieren gekregen. Hij is momenteel bezig om een eigen plek te krijgen in Amstelveen, waar hij zijn leven kan gaan opbouwen. “Ik mis mijn land en mijn familie, maar ik kan niet terug. Mijn familie is zestien keer door het hele land verhuist, vanwege de oorlog”, vertelt hij. “Mijn zus studeerde aan de universiteit, en daar werden afgehakte hoofden op de hekken rondom de universiteit gespietst. Dus ik hoop dat ik mensen vanuit hier kan helpen. Ik spreek goed Nederlands en verschillende andere talen, dus ik wil heel graag andere vluchtelingen helpen die hier aankomen. We zijn allemaal mensen die een leven willen opbouwen.”