Yaraob's verhaal

“Ik ben gevlucht uit Homs, een stad geteisterd door armoede, honger, onveiligheid en angst.” Aan het woord is Yaraob, 34 jaar oud en vader van vier kinderen. Zijn vrouw is net in Griekenland bevallen van het vierde kind. In zijn armen ligt de zacht pruttelende baby. Yaraobs ogen zijn vragend, vriendelijk en vol verwondering.

‘In Syrië had ik mijn eigen huis waar ik woonde met mijn vrouw en twee kinderen, zij was nog zwanger. Elke dag was het gezellig met mijn familie en in het weekend gingen we vaak picknicken in de natuur.’ Yaraob staart even voor zich uit en vervolgt na een stilte zijn verhaal. ‘Tot de oorlog kwam. Toen de revolutie begon, was het nog geen oorlog, het was echt revolutie. Maar waarom was de revolutie er?’ vraagt Yaraob zich af.

‘Of je nu wilt ademen, trouwen of iets doen met je leven… Je betaalt altijd voor het regime van Assad en zijn familie. Alles is in het voordeel van hem. Dit maakt me bang, vooral omdat het regime van Assad veel mensen van mijn familie ontvoert, enkel omdat ze vrijheid willen. Wat het nog moeilijker maakt is dat Assads oplossing is om mensen te vermoorden. En de reactie van het volk is om Assad’s soldaten ook te vermoorden. De revolutie veranderde al snel van een demonstratie in puur bloedvergieten.

Yaraob had nooit verwacht dat hij Syrië zou verlaten. Hij houdt van het land en had fijn werk, waarvoor hij ook vaak reisde naar Beiroet in Libanon. Hij is alleen vertrokken om zo geen argwaan te wekken bij het regime. Een voor een vertrokken de andere leden van de familie om zo langs alle checkpoints te komen.

‘Het moeilijkste van de reis was niet de zee oversteken, maar het totale aantal van 200 checkpoints van Assad en Isis in Syrië. Bij elk checkpoint was ik bang dat mijn vrouw verkracht zou worden, mijn kinderen zouden worden ontvoerd en dat ik zou moeten vechten voor het regime. Bij elk checkpoint maakte ik een afspraak met mijn vrouw; als iemand zou vragen waar zij naartoe zou gaan, zou zij zeggen dat zij een erge ziekte had. Ik hoopte dat mensen dan niet dichtbij haar durfden te komen en zij daardoor veilig zou zijn, zonder kans op verkrachting.’ Yaraobs vrouw zit dicht tegen hem aan.

 

‘Ik vraag me soms af wat het tweede slechtste ding in mijn leven was’, zegt Yaraob. ‘Ook dat is niet de zee. Het was lopend de grens oversteken naar de landsgrens van Syrië met Turkije samen met mijn vrouw en kinderen. In de nacht door de rivier zwemmen om Turkije te bereiken, zonder pauze, alleen maar doorrennen om de veiligheid te bereiken terwijl het Turkse leger ons beschoot met geweren. Mijn kinderen en vrouw konden niet verder rennen, dus ik pakte mijn kinderen op onder mijn armen, en ik probeer mijn vrouw liefdevol vooruit te duwen zodat zij niet beschoten zou worden.’ Zijn stem slaat over bij het vertellen van deze ervaring. ‘Mijn droom voordat de oorlog begon was om mijn huis te verbouwen, mijn zaak uit te breiden en mijn kinderen naar school te laten gaan. Nu ik in Griekenland ben wil ik vooral een veilige plek voor mijn familie en voor altijd met hen samen zijn.’

Bij de grens vond de familie een smokkelaar die hen naar zee bracht. Na de overtocht kwamen ze aan op Kos waar ze naar een kamp gebracht en vervolgens naar Athene. Daar waren de omstandigheden vreselijk. De tenten hadden gaten en er was zoveel modder dat je wegzakte tot je knieën.

‘Ik heb daar twee maanden gewoond met mijn familie, zonder te douchen. Uiteindelijk belandde ik in Skaramagas. Ik woon hier nu elf maanden.’ In Skaramagas hoorden ze over relocation maar het duurde nog maanden voordat het proces in gang werd gezet. Pas in maart dit jaar heeft Yaraob gehoord in welk land hij zijn toekomst mag opbouwen: Frankrijk.

Een veilige plek om samen te zijn

‘Ik weet nog niet of ik ook daadwerkelijk naar Frankrijk mag, dat hoor ik dan pas. Misschien zeggen ze ja, misschien nee. Niemand weet het. Als het kan, dan zou dat mooi zijn. Zo niet, dan moet ik het gehele proces opnieuw beginnen.’

Het maakt hem niet uit naar welk land ze worden gestuurd, als het er maar veilig is. ‘Mijn droom nu is om een huisje ergens te hebben voor mijn familie, wat hulp om de taal te leren van het land waarin wij eindigen, een paar lieve mensen om mij heen, werk, een goede school voor mijn kinderen. Maar ik heb ook een droom om alles wat gebeurd is te vergeten.’