Leven met een Dublin-claim in Nederland

Leven met een Dublin-claim in Nederland

Zoals aangegeven in onze explainer kan niet elke asielzoeker die in Nederland aankomt hier blijven om asiel aan te vragen. Voor sommigen is een ander land verantwoordelijk voor hun verzoek, de zogeheten ‘Dublin-claimanten’. Hoe is het leven voor mensen met een Dublin-claim in Nederland?

Soms vindt de immigratiedienst (IND) vingerafdrukken of een visumaanvraag uit een ander land. In dat geval wordt de asielaanvraag van de betreffende persoon niet in behandeling genomen. De IND vraagt vervolgens aan een ander land, zoals Italië, om het verzoek over te nemen. Het duurt dan een aantal weken tot een aantal maanden voordat iemand teruggestuurd wordt.

Je kunt proberen bij de rechter de beslissing om je asielaanvraag niet in behandeling te nemen tegen te houden. Dit kan bijvoorbeeld als de mensenrechtensituatie voor kwetsbare vluchtelingen te slecht is. Soms lukt dit. Onlangs werd de afwijzing van een man met een psychische stoornis tegengehouden: de rechter vond dat de IND rekening had moeten houden met zijn kwetsbaarheid door zijn aandoening.

Meestal geeft de rechter echter de IND gelijk. In de Dublinverordening is namelijk onder het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’ vastgelegd dat Europese landen erop vertrouwen dat zij goed om zullen gaan met overgedragen asielverzoeken. Het is erg moeilijk om de rechter hierover op andere ideeën te brengen.

 

Veel mensen kiezen ervoor om, ondanks het feit dat ze geen recht hebben om in asiel aan te vragen, toch in Nederland te blijven. Ze vrezen voor de uitzichtloosheid die hen in Italië of andere landen wacht. Daarom wachten ze op een tweede kans in Nederland.

De Dublinverordening bepaalt namelijk dat als de overdracht na 18 maanden nog niet is voltooid, iemand opnieuw asiel mag aanvragen. En meestal met succes.

Voor deze Dublin-claimanten is het moeilijk om aan onderdak te komen. Ze hebben namelijk geen recht meer op opvang vanuit de staat of andere voorzieningen. Zodra alle procedures zijn afgelopen kunnen ze niet meer in asielzoekerscentra (AZC’s) terecht. Sommigen hebben geluk en kunnen bij vrienden slapen. Dit is vaak tijdelijk: mensen gaan van adres naar adres. Anderen zijn aangewezen op private noodopvang, maar ook daar kunnen mensen lang niet altijd terecht. Velen slapen noodgedwongen op straat waardoor zij risico lopen op uitbuiting.